Veel voorkomende termen tijdens de zwangerschap

October 30, 2017

Apgar-score:

een test ter bepaling van de conditie van de baby in de eerste vijf minuten van zijn leven. Er worden punten van 0-2 gegeven voor hartslag, ademhaling, spierspanning, reflexen en huidkleur. De maximale score is 10. 

 

Cervix:

de baarmoederhals

 

CTG:

Ultrageluidsonderzoek van de hartslag van de baby in combinatie met de samentrekkingen van de baarmoeder om de conditie van de baby vast te stellen.

 

Doula:

een ervaren steun en toeverlaat bij de bevalling die voortdurend emotionele steun en hulp biedt voor,  tijdens, en direct na de bevalling. Een functie die in opkomst is!

 

Echografie:

het gebruik van hoogfrequente geluidsgolven om diverse weefsels in de baarmoeder zichtbaar te maken. Echo's worden bij tien tot twaalf weken en soms bij achttien tot twintig weken gemaakt, met een nafinale of abdominale sonde met als doel de zwangerschap te controleren. 

 

Epidurale anesthesie:

Een regionale verdoving die aan de basis van de ruggengraat wordt gezet om de pijnsignalen die naar de hersenen worden gestuurd, te blokkeren waardoor de baringspijn geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen. 

 

Episiotomie:

Een knip in de perineum aan het eind van het tweede stadium van de baring om inscheuren te voorkomen en de bevalling te vergemakkelijken.

 

Foetale ligging:

De positie waarin de baby in utero in de baarmoeder ligt. 

 

Hypertensie:

Een bloeddruk van 140/90 of hoger. Ten minste twee maal gemeten met een tussentijd van zes uur. 

 

Inleiden:

het opwekken van de baring met kunstmatige middelen. 

 

Keizersnede:

chirurgische ingreep om het kind geboren te laten worden door een incisie in de buikwand en de baarmoeder an de vrouw. 

 

Oedeem:

Een plaatselijke of algemeen optredende situatie waarbij de weefsels in het lichaam te veel vocht vasthouden. 

 

Ontsluiting:

het zich openen van de uitgang van de baarmoeder.

 

Oxytocine:

gelukshormoon, wordt door het lichaam zelf aangemaakt. 

 

Perineum:

de huid tussen de vagina en anus. 

 

Placenta:

een tijdelijk aanwezig orgaan dat als anker fungeert voor de groeiende foetus in de baarmoeder en een brug slaat tussen moeder en kind wat betreft de uitwisseling van voedingsstoffen, zuurstof, beschermende antilichamen en afvalstoffen.

 

Placenta previa:

de placenta ligt op de baarmoederhals; er volgt dan gewoonlijk een keizersnede.

 

Resusfactor:

Een antigen in het bloed dat sommige mensen die resus positief zijn we hebben en anderen niet. Het kan door de placenta heen de bloedcellen van de foetus aanvallen. Dit is te voorkomen met immunoglobuline. 

 

Slijmprop:

Een afsluitend gelei-achtig propje dat de ingang van de baarmoedermond afsluit. Als het loslaat komt er wat bloederig slijm vrij. Dit is een teken dat de baby onderweg is.

 

Staan van het hoofdje:

het moment waarop het hoofdje van de baby in de vagina verschijnt. 

 

Stuitligging:

Een variatie op de normale houding (met hoofd omlaag) waarbij de billetjes als eerste indalen in het geboortekanaal. 

 

Voorweeën /oefenweeën:

dit zijn pijnloze samentrekkingen van de baarmoeder die elke tien tot twintig minuten kunnen optreden na de derde maand. 

 

Zwangerschapsvergiftiging:

De ontwikkeling van hypertensie, eiwit in de urine, vocht vasthouden en soms veranderingen in bepaalde bloedwaarden. Ook bekend als toemie of zwangerschapshypertensie, 

 

 

Please reload

Uitgelichte berichten

Overzicht data Vief Zwanger 2016

September 20, 2016

1/1
Please reload

Recente berichten

September 30, 2017

July 22, 2017